BLAARKOPSTICHTING

De BLAARKOPSTICHTING werd opgericht in 2002. Aanleiding voor de oprichting was het feit dat veehouder Jan Spaans in Broek in Waterland in 2001 de Edgar Donckerprijs gewonnen had en deze wenste te besteden aan het behoud en de verbetering van het zeldzame Groninger Blaarkop rundveeras. (zie onder de foto op deze pag. de motivatie van Jan Spaans).

Logo_Blaarkopstichting

 

 

 

De officiële naam van de Blaarkopstichting luidt: ‘Stichting tot behoud en ontwikkeling van het Blaarkopras, melkveehouderij, natuur en landschap’. De stichting heeft tot hoofddoel: het behoud en de ontwikkeling van het Groninger Blaarkop runderras als zodanig, als levend cultureel erfgoed en ten behoeve van een ecologische landschapsbeherende melkveehouderij met weidend melkvee in Nederland. De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door: een actief stimuleringsbeleid te voeren gericht op het houden van raszuivere – tenminste 87% G of meer in de rasbalk – Blaarkop runderen onder (sobere) praktijkomstandigheden als melkveeras en gericht op een ecologische vitale en economisch kostenefficiënte melkveehouderij in Nederland. Daarnaast faciliteert de Blaarkopstichting stage- en onderzoeksopdrachten en participeert ze in bepaalde projecten. Hierbij is sprake van samenwerking met deskundigen op het gebied van de melkveehouderij en zoogkoeienhouderij, zeldzame huisdierrassen, ecologische- en biologisch(-dynamische) landbouw, natuur en landschapsbeheer, rundveefokkerij en populatiegenetica (o.a. Wageningen Universiteit en Louis Bolkinstituut e.a.).

De Blaarkopstichting beoogt niet het maken van winst. Het bestuur is statutair bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.
De Blaarkopstichting is ANBI-geregistreerd. Zie anbi-geregistreerd

De Blaarkopstichting heeft in de beginjaren premies uitgekeerd ter stimulering van stamboekregistratie, melkproductieregistratie, exterieurcontrole en afstammingsverificatie. Daarnaast is er een grote bijdrage geleverd aan het tot stand komen van een waardevolle blaarkopmelkveestapel op het biologisch onderwijs instituut de Warmonderhof te Dronten.

VERANTWOORDING: lees Belastingdienst_ANBI
Anno 2016 zijn de financiële middelen van de Blaarkopstichting beperkt en is ze voornamelijk afhankelijk van giften als vergoeding ter bekostiging van de activiteiten. Eén van de belangrijkste activiteiten is de samenstelling en uitgave van de nieuwsbrief De Blaarkopper (2x per jaar), de organisatie van de jaarlijkse Blaarkopstudiedag, het onderhoud van de website, communicatie en het desgewenst kostenloos coördineren van Vraag & Aanbod van fokvee. Het afstemmen van allerlei voorkomende zaken en projectmatige deelname aan onderzoeken etc. De uitvoering van de werkzaamheden betreft volledig vrijwilligerswerk. Alle financiële transacties lopen via de Rabobankrekening.

ACTIVITEITEN: uitgave nieuwsbrief De Blaarkopper, organisatie jaarlijkse Blaarkopstudiedag (de 1e zaterdag in maart), stimuleren inzet fokstieren bij KI, promotie, beheer website e.a.
De verslagen van de jaarlijkse Blaarkopstudiedag worden steeds vermeld in het najaarsnummer van De Blaarkopper.

Het bestuur:
Zwanet Faber (voorz.)  Max van Tilburg (secr.)  Theus de Ruig(penm)  Wim de Wit   Theunis Jacob Slob

pinken_Zuidveld

 

JAN SPAANS EN ZIJN KEUZE VOOR BLAARKOPPEN:

‘Hollandse blaren in de prijzen’ zo luidt de titel van de bijdrage van Jan Spaans aan het boek ‘de Groninger blaarkop'(2002). Daarin schrijft hij het volgende: ‘Wat doe je als boer als je de Edgar Doncker Natuurprijs wint en € 113.600,- mag besteden aan een natuurdoel? Je gaat dan invulling geven aan een droom. Die droom speelt zich af in mijn leef- en werkomgeving, zeg, het gebied dat begint boven Rotterdam en langs Utrecht doorloopt tot iets boven Zaanstad. De open ruimten bestaan meestal uit natte weilanden. Er wonen zes miljoen mensen, die de open ruimten zien als hun voor- of achtertuin, hun natuurgebied, hun recreatiegebied om te wandelen en te fietsen en soms, tot veler plezier, om te schaatsen. Verder kun je er langdurig in de file staan, met uitzicht op koeien.

Het behoeft geen betoog dat die multifunctionele visie politiek en maatschappelijk gezien breed gedragen wordt. De kleine groep die roept dat de groene ruimte een gebied is dat primair dient voor de productie van melk en vlees, wordt nauwelijks nog serieurs genomen. In mijn droom echter blijft dit door boeren beheerde gebied – ook in de toekomst – een ruimte met grazende koeien, waar boerengezinnen met melkkoeien een inkomen verdienen. Een grote groep boeren maakt de keuze voor beheer van landschap en het behouden en ontwikkelen van natuurwaarden. Zo’n keuze betekent nogal wat. Je kiest voor blijvend grasland, voor strorijke gecomposteerde mest. Je kiest bij maaien en weiden voor zorg voor weidevogellegsels en -pullen. Je kiest voor opvang van wintergasten, zoals kleine en wilde zwanen en kolganzen. Je kiest voor een andere manier van slootonderhoud, waarbij het accent ligt op het verwijderen van de bovenste baggerlagen en het verder ontwikkelen van de oevervegetatie. Je beschouwt de sloot als een ondeelbaar natuurgebied in het cultuurlandschap. Kortom, in je keuze geef je invulling aan de veelgehoorde en vaak wat abstracte kreet ‘behoud van biodiversiteit’. Samen met collega-veehouders ga je in delen van het gebied tijdelijke wateropvang realiseren voor af en toe voorkomende neerslagpieken. Je kiest niet voor de hoogste productie maar voor toegevoegde waarden.

In mijn droom zal een deel van die zes miljoen mensen de toegevoegde waarden mogelijk maken, omdat ze beseffen dat duurzaam landschapsbeheer en duurzaam produceren alleen mogelijk zijn als zij ‘duurzaam consumeren’. In mijn droom hebben boeren en boerinnen zich verenigd tot een groep producenten die meer zijn dan alleen grondstoffenleveranciers. De zuivel die ze vermarkten is van hun eigen merken, die in de markt gezet worden met eigen promotiecampagnes.

Wie een droom wil verwezenlijken moet beginnen met een realistische eerste stap. Mijn eerste stap is de koe in het landschap. Er zal een melkkoe moeten zijn die het fundament vormt voor landschapsbeherend en biologisch boeren. En dan kom ik bij de Groninger Blaarkop. Een sobere grazer met een muil zo breed, dat ze in kruidenrijke natte weiden voldoende bij elkaar graast. Bovendien een koe die cultuurhistorisch gezien ook in het westelijk veenweidegebied haar wortels heeft. Die sobere, vruchtbare, duurzame melkkoe met haargoede karakter en beste klauwen. Die zonder problemen jaar in jaar uit een kalf brengt, met een korte tussenkalftijd en dat (dor haar iets hellende kruis) zonder geboorteproblemen. Die rode of zwarte blaarkop zal als zuiver ras in stand moeten blijven, niet als museumkoe of voor kinderboerderijen, maar als levend en in ontwikkeling zijnd melkveeras met een ietsje nadruk op melk. Veehouders die het ras als zoogkoe houden, moeten daar, met alle respect voor hun fokkerij, vooral mee doorgaan. De financiële middelen uit de Edgar Donckerprijs wil ik vooral inzetten voor boeren die blaarkoppen melken en aan stamboek, melkcontrole en celgetalonderzoek meedoen. Het fonds, dat door een stichting beheerd wordt, zal mede bestuurd worden door melkende blaarkophouders.

Ik denk dat het behouden van het blaarkopras drie doelen kan dienen: 1. het bevorderen van het biologisch boeren; 2. het bevorderen van landschapbeherend boeren (of een combinatie van doel 1 en 2); 3. het vormen van een belangrijke genenbron voor bulkmelkers, die via heterosis en rotatiekruisingen de duurzaamheid en de vitaliteit van hun ingeteelde extreme melkkoeien willen opkrikken, om zo de huidige wereldwijde genetische versmalling van de zwartbonte Holstein te doorbreken. Dat kan alleen als er melkveehouders zijn die met kennis van zaken de zuivere fokkerij van de Blaarkop voortzetten.’