22 nov 2016 – Brandbrief gescheperde schaapkuddes

Op 22 november 2016 boden de vier partijen  het Gilde, de Vereniging Gescheperde Schaapkuddes Nederland (VGSN), de Landelijke Werkgroep Professionele Schaaphouders (LWPS) en de LTO-vakgroep schapenhouderij,  een brandbrief aan aan de leden van de tweede kamer, om opnieuw te laten blijken dat de situatie van de traditoneel werkende herders in Nederland nog niet is opgelost. De brandbrief is hieronder te lezen.

BRANDBRIEF GESCHEPERDE SCHAAPKUDDES

Aanbieding brandbrief commissie van Economische Zaken
Aan de leden van de Tweede Kamer
Den Haag
Datum: 22 november 2016
Betreft: Aanhoudende financiële problematiek gescheperde schaapkuddes

Geachte Kamerleden,

De alom erkende financiële problematiek van schaapherders is helaas nog steeds niet
opgelost. Eind april dit voorjaar ontving u als Kamer van Staatssecretaris Martijn van
Dam (Economische Zaken) het Alterra-rapport Wie Stuurt de Herder? In dat rapport
staat duidelijk dat de ongeveer honderd herders in Nederland al vele jaren kampen met
een structureel tekort van 30.000 euro gemiddeld. Het door EZ gestarte overleg met de
provincies heeft tot nog toe echter slechts in twee provincies effect gehad. Alleen in
Drenthe en Limburg is het gat van de herders deels of geheel gedicht. Andere provincies
laten hun herders nog teveel in de kou staan.

Het door EZ gefinancierde Alterra-rapport is gemaakt op verzoek van het Gilde van
Traditionele Schaapherders. Het rapport bevestigt het alarmerende beeld van
onderbetaalde kuddes. Inmiddels heeft er overleg plaats over de conclusies en
aanbevelingen van Alterra tussen onder meer Economische Zaken, de provincies en
terrein beherende organisaties als Natuurmonumenten, de Landschappen en
Staatsbosbeheer. Al deze partijen erkennen de problematiek en meerwaarde van de
schaapkuddes. De rapportuitkomsten worden onderschreven door het Gilde, de
Vereniging Gescheperde Schaapkuddes Nederland (VGSN), de Landelijke Werkgroep
Professionele Schaaphouders (LWPS) en de LTO-vakgroep schapenhouderij.
In totaal is voor heel Nederland jaarlijks een bedrag van 4.5 miljoen euro nodig om de
gescheperde schaapkuddes op een normaal exploitatieniveau te krijgen. Dit betreft het
tekort van 30.000 euro van de honderd herders plus de overhead-onkosten van TBO’s.
Daarmee leveren de herders volgens Alterra diverse ‘ecosysteemdiensten’ zoals
biodiversiteit, cultuurhistorie en natuur- en landschapsbeheer; allemaal zeer gewilde
publieke waarden. Maar ondanks het overleg en de eensgezindheid onder alle betrokken
partijen in het veld, gaat het nog steeds niet de goede kant uit voor herders en hun
kuddes met zeldzame Nederlandse schapenrassen.

De Provincie Brabant heeft zonder overleg met herders en ons als vertegenwoordigende
organisaties een te kort schietende regeling vastgesteld. Voor extra geld wordt naar Den
Haag verwezen terwijl ‘Den Haag’ stelt dat de zorg om schaapkuddes gedecentraliseerd
is; een verantwoordelijkheid van de provincies dus. Al vanaf de decentralisatie in 2007
vallen herders tussen wal en schip en zijn zij onderbetaald.

De Provincie Gelderland meldt dat zij in de periode 2014-2019 ruim 1.6 miljoen euro
subsidie verleent voor het beheer van natuurterreinen met gehoede kuddes en 300.000
euro ter beschikking heeft voor schaapskooien. Dat bedrag is ver onder de maat, en
heeft ook alleen betrekking op biodiversiteit en natuurbeheer. Voor hun toeristische en
cultuurhistorische functie en de zorg (fokkerij) voor hun genetisch zeldzame
schapenrassen wordt feitelijk niets betaald. Sommige Gelderse herdergezinnen zijn
daarom amper in staat om in de kosten van hun levensonderhoud te voorzien. Ook in
andere provincies zoals Brabant en Overijssel werken herders al vele jaren onder de
kostprijs.

In Drenthe heeft de provincie samen met herders en TBO’s overeenstemming bereikt
om ieder een deel van het tekort voor rekening te nemen dat direct aan de kuddes wordt
uitgekeerd. De hoop is dat ook het Rijk bijdraagt. In Limburg worden de kuddes sinds
kort ook beter betaald. In Brabant en Gelderland echter, ontvangen de schaapkuddes het
door de provincie betaalde geld via de TBO’s, via SNL enerzijds en via een
schapenregeling anderzijds. Daarbij geldt dat de SNL-subsidie ook maatregelen bevat
voor heidebeheer die buiten de schapenbegrazing vallen en dus niet geheel voor
schaapherders beschikbaar is.

Alle herders in Nederland hebben overheden en TBO’s aangegeven dat ze af willen van
verplichte openbare aanbestedingen. Het Alterra-rapport is uitermate kritisch over de
aanbestedingen die in hun huidige vorm het ‘marktfalen’ niet verhelpen maar eerder
verergeren én leiden tot ‘overheidsfalen’. In combinatie met structureel te weinig
middelen voor schaapkuddebegrazing, hebben de aanbestedingen geleid tot moordende
onderlinge concurrentie, jaarcontracten, prijsdalingen en het werken tot ver onder de
kostprijs. Dat maakt duurzame bedrijfsvoering onmogelijk. Ook het in stand houden van
kuddes met zeldzame rassen komt in gevaar.

Opmerkelijke uitkomst van het Alterra-rapport is dat in Nederland maar twintig procent
van alle heide met schapen wordt begraasd, terwijl dat in Duitsland tachtig procent is. In
Brabant wordt zelfs maar tien procent van de heide met een gehoede kudde begraasd.
Het Gilde, de VGSN, LWPS en LTO pleiten ervoor om de problematiek van schaapherders
na meer dan tien jaar eindelijk eens op te lossen. De organisaties hopen dat niet het
Brabantse of Gelderse model, maar een meer uniforme regeling naar voorbeeld van
Drenthe of Limburg wordt gekozen. De overheden (provincies en Rijk) hoeven de
vergoedingen voor schaapherders alleen maar op een normaal en gezond
exploitatieniveau te brengen.

Het is vreemd dat vanuit het voor cultuurhistorie verantwoordelijke Ministerie van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) geen middelen zijn gereserveerd voor het
levende erfgoed van het zo gewaardeerde herdersambacht. En binnen de systematiek
van natuurbeheervergoedingen is het heide- en natuurbeheer ernstig onderbegroot.
Alles bij elkaar bedraagt het te dichten gat zo’n 4,5 miljoen euro per jaar waar alleen
Limburg en Drenthe nu iets aan doen. TBO’s als Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer
hebben aangegeven ook hun verantwoordelijkheid te willen nemen en leggen in diverse
gebieden eigen middelen bij of faciliteren herders op andere manieren. Ze verwachten
nu wel dat dan ook overheden voldoende middelen voor schaapkuddes vrijmaken. Naast
Alterra zeggen ook TBO’s dat gescheperde kuddes in de meeste gevallen grote
meerwaarde hebben voor heidebeheer.

Schaapherders willen er daarnaast alles aan doen om verdienmodellen te vinden om
hun werk beter te kunnen bekostigen. Staatssecretaris Van Dam (EZ) heeft de Stichting
Gilde van Traditionele Schaapherders mede om die reden subsidie verleend om
Heideboerderij-pilots van de grond te trekken. Een Heideboerderijsysteem met een
potstal voor de schapenmest en natuur-inclusieve, extensieve akkers, heeft voor
herders, TBO’s en publiek veel meer te bieden dan alleen natuurbegrazing. Maar om
Heideboerderijprojecten te laten slagen zijn meer Rijks- en provinciale
investeringsmiddelen nodig, aanvullend op het eerder genoemde exploitatiegat. Dit is
een investering in erfgoed, economie en ecologie. Het concept heideboerderij leent zich
vervolgens ook goed voor crowdfunding en fondsenwerving.
Het Gilde, VGSN, de LWPS en LTO verzoeken u als Kamer om via een motie 4,5 miljoen
euro vrij te stellen vanuit de budgetten van EZ en OCW om de schaapherderij structureel
voor Nederland te behouden. Een relatief klein bedrag voor uitermate goed zichtbaar en
waardevol Nederlands levend erfgoed.

Hoe de geldstromen lopen is ingewikkeld en niet transparant, het nadenken hierover
vergt derhalve een impuls. De financieringsdiscussie is veel te ingewikkeld gemaakt. We
hebben lastige discussies gezien over de Natuurbeheer subsidieregelingen (SNL),
schaapskuddetoeslagen en het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Uiteindelijk is de
financiering versnipperd in verschillende provinciale regelingen. En dan zijn er nog
geldstromen vanuit natura 2000 en agrarisch natuurbeheer. We vinden in elk geval één
landelijk financieringssysteem erg gewenst.

De nu gezamenlijk aanwezige energie zouden wij graag willen bundelen in een
Programmagroep (Taskforce) Toekomst Schaapherderij waarin de betrokken
overheden, terrein beherende organisaties en de bestaande samenwerkingsverbanden
van herders samenwerken om resultaat te bereiken. Vanwege het cultuurhistorisch
belang van de schaapskuddes, hopen wij dat de Kamer deze brandbrief ook adresseert
aan het medeverantwoordelijke OCW.

Namens het Gilde, VGSN, LWPS & LTO
Marcel van Silfhout, Kees van Hee, Carlo van As en Berdien van Everdingen

Bijlage:
Aanbiedingsbrief Martijn van Dam (EZ, d.d. 25-4-2016) en Wetenschappelijk rapport Alterra: Wie Stuurt de Herder?
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2016/04/25/kamerbrief-overrapport-wie-stuurt-de-herder