26 april 2016 – Staatssecretaris van Dam (EZ) belooft steun

Staatssecretaris Van Dam (EZ) belooft steun
Rapport luidt alarmbel over schaapherders

Schaapherders in Nederland kampen ‘sectorbreed’ met grote exploitatietekorten. Bezuinigingen, verplichte openbare aanbestedingen, korte contractperiodes en veel te lage vergoedingen voor natuur- en heidebeheer doen het levende erfgoed ambacht de das om. Deze conclusies staan in het zojuist door Staatssecretaris Martijn van Dam (EZ) aan de Tweede Kamer gestuurde wetenschappelijke rapport van het Wageningse onderzoeksinstituut Alterra: Wie stuurt de Herder? Concurrentie of coöperatie? Natuur- en cultuurproductie met schaapskuddes.

Het rapport bevestigt de eerdere noodsignalen. Het Alterra-onderzoek kwam tot stand op verzoek van het Gilde van Traditionele Schaapherders dat vorig voorjaar werd opgericht om het ambacht te ondersteunen. Het Ministerie van Economische Zaken (EZ) was de opdrachtgever. Van Dam (Landbouw & Natuur) schrijft in zijn begeleidende brief aan de Kamer dat het rapport handvatten biedt hoe de positie van traditioneel werkende herders kan worden verbeterd. ‘Het rapport geeft aan dat er met name een onderbetaling voor cultuurhistorische waarden is. Daarnaast ervaren herders veel onzekerheid bij het verwerven van begrazingscontracten voor natuurbeheer, wat een grote druk zet op de continuïteit van met name traditionele herders.’

De provincies zijn verantwoordelijk voor natuurbeleid en derhalve ook de schaapherders, niettemin neemt Van Dam het initiatief ‘om met de provincies en terreinbeheerders in overleg te gaan over de uitkomsten van dit rapport, en samen met hen zoeken naar oplossingen voor een bestendig perspectief voor traditioneel gescheperde kuddes’ Ook het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Staatsbosbeheer en Rijkswaterstaat zullen worden benaderd ‘om samen te verkennen hoe de continuïteit van gescheperde schaapskuddes versterkt kan worden.’

Alterra bevestigt dat de financiële positie van herders zo is verzwakt, dat er onvoldoende ruimte is voor een duurzame bedrijfsvoering. Landbouweconoom Raymond Schrijver, de auteur van het rapport, stelt dat een gemiddelde kudde met 250 ooien ruim 100.000 euro aan onkosten heeft terwijl de gemiddelde vergoedingen bijna dertigduizend euro lager uitvallen. In Noord-Nederland zijn de vergoedingen voor natuurbegrazing en het scheperen van kuddes nog slechter dan in de zuidelijke provincies.

Het rapport draagt diverse oplossingsrichtingen en aanbevelingen aan voor ‘een structurele herziening van het huidige systeem.’ Korte termijn contracten en verplichte aanbestedingen zijn te nadelig en de vergoedingen moeten naar een normaal exploitatieniveau. Volgens Schrijver – die met moeite zicht kreeg op de vele uiteenlopende, technische en bureaucratische regelingen van provincies, andere overheden en terrein beherende organisaties en – is het zaak om scherper te krijgen wat er met de bestaande middelen gebeurt.

Het rapport leidt voor het Gilde derhalve tot vervolgvragen aan de twee betrokken ministeries, EZ en het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Het Gilde wil in kaart hebben of de voor gescheperde kuddes geoormerkte middelen eigenlijk wel bij de herders terecht komen of dat dit geld ergens blijft steken.

Ook is het relevant om te weten welke keuzes er ten grondslag liggen aan andere gekozen vormen van natuur- en heidebeheer. Want opmerkelijk is dat schaapherders volgens Alterra een hogere meerwaarde hebben dan andere soms ook duurdere vormen van beheer. Het steeds vaker inzetten van grote grazers terwijl dat de biodiversiteit en kwaliteit van natuur en cultuurlandschap eerder verslechterd dan verbeterd, wordt bekritiseerd. Hoewel terreinbeheerders steeds vaker lijken te kiezen voor Schotse Hooglanders, wisenten en anderen soorten rund, ontbreekt vaak een deugdelijk verantwoorde onderbouwing voor die keuzes. Alterra schrijft dat financiële argumenten voor de hand liggen en dat provincies kuddes ‘te duur vinden,’ terwijl dat nog maar de vraag is. Gescheperde kuddes dragen juist bij aan biodiversiteit en instandhouding van ons cultuurlandschap. Alterra stelt dat gescheperde kuddes ‘levend erfgoed’ zijn ‘met diepe wortels die terugvoeren naar een ver verleden.’

Het ambacht was in de vroege jaren tachtig van de vorige eeuw ‘op sterven na dood,’ begon toen aan een revival maar dreigt nu ‘opnieuw te bezwijken.’ Publieke, cultuurhistorische waarden worden onderbetaald of zelfs helemaal niet betaald. Alterra: ‘Belang en de betekenis van de traditionele herder voor de culturele identiteit is hier en daar – in ieder geval gedeeltelijk – verloren gegaan. In Zeeland zijn geen gescheperde kuddes meer sinds de laatste ervaren herder daar in 2013 is gestopt.’

Het rapport stelt dat de oplossingsrichtingen met agrarisch natuurbeheer in de vorm van Heideboerderijen waar het Gilde mee bezig is, kansrijke alternatieven zijn. ‘De meerwaarde van traditioneel werkende herders kan nog worden vergroot als zij samen met terreinbeheerders aan een integraal systeemherstel zouden kunnen werken,’ aldus Alterra in een verwijzing naar binnenkort te presenteren toekomstplannen van het Gilde. Die plannen kunnen echter alleen slagen wanneer er reële vergoedingen komen. Zo is sprake van een schrijnend contrast tussen de overheidsvergoedingen voor heidebeheer en die voor een melk- of vleesschaap op landbouwgras. Aan het beschikbare areaal van door kuddes te begrazen land ligt het volgens Alterra niet. Van alle begraasbare hoogveen, kwelders, droog schraalland, bloemdijken, vochtige en droge heide, zandverstuivingen, open duin, duinheide en kruiden en faunarijk grasland in Nederland– zo’n 135.000 hectare in totaal – is maar 18 procent in gebruik bij schapenbedrijven (24.324 hectare). Kortom, aldus Alterra: ‘Het grootste deel van de heide in Nederland wordt niet op een traditionele manier beheerd, maar met grote grazers of door alleen te plaggen, maaien, chopperen of branden.’

Het Gilde pleit voor een vervolgonderzoek. Worden bestaande potjes over het hoofd gezien? Of is er eenvoudigweg onvoldoende geld begroot? In dat geval is het aan landelijke en provinciale overheden om de keus te maken of ze bereid zijn om wel voldoende geld voor herders beschikbaar te stellen. Bestaande middelen direct aan kuddes koppelen is ook een transparante optie. Doorgaan op de huidige weg is dat niet, want dat betekent het omvallen van herders met hun gezin inclusief de met zorg opgebouwde kuddes met zeldzame schapenrassen. Daarmee komen zowel de biodiversiteit, het cultuurlandschap als de opgebouwde kennis en expertise van het oude ambacht wederom ernstig in gevaar.

Afgelopen najaar slaagde het Gilde erin om binnen enkele weken met een crowdfundactie zo’n 30.000 euro op te halen onder een kleine duizend donateurs die daarmee vier herders in nood de winter door hielpen. Die actie is geslaagd, maar de problemen zijn nog niet opgelost. De campagne voor het werven van donateurs en middelen om de herders blijvend te kunnen ondersteunen wordt weer opgepakt via de crowdfundwebsite www.volgdeherder.nl.

Later deze week ontvouwt het Gilde toekomstplannen om het ambacht en de positie van herders te versterken en professionaliseren, onder meer met het optuigen van Heideboerderijen. Alterra en de Staatssecretaris maken reeds gewag van deze plannen. ‘Het Gilde van traditionele schaapherders heeft een pilot ontwikkeld, waarin cultuurhistorische waarden met een natuurinclusieve landbouw worden verbonden. Deze pilot biedt tevens continuïteit voor de herder met zijn kudde. Ik zal dan ook met het Gilde en provincies, in gesprek gaan over hoe deze pilot verder kan worden gebracht.’

–//–

Zie ook: http://www.wageningenur.nl/nl/nieuws/Traditionele-schaapherders-belangrijk-voor-natuur-en-cultuurhistorie.htm en http://library.wur.nl/WebQuery/edepot/377891